Oktober 2026 stond bij onze vogelwerkgroep De Stadsmus volledig in het teken van de vogeltrek. Met een nieuwe, op maat gemaakte trektelcursus en een grote portie zin en enthousiasme stonden we, op één uitzondering na, ieder weekend op de trektelpost Oosterweelbocht.
Onze trektelpost bevindt zich aan de bocht van de Schelde, een gebied met wat slikken en schorren en een zicht van 360 graden. Dat betekent ook dat we best wel wat atypische soorten kunnen zien voor een stad en dit jaar hadden we prijs.
We startten op zaterdag 3 oktober met een zonovergoten voormiddag en een 13tal enthousiaste deelnemers. Die start ging gepaard met Eurobirdwatch, een jaarlijkse simultaantrektelling waar alle trektelposten over gans Europa aan deelnemen.
Met het mooie zicht op de Schelde staken de eerste overvliegende trekvogels prachtig af tegen de staalblauwe hemel. Zeven grote zilverreigers vlogen de Schelde over en werden iets later gevolgd door twee lepelaars. De meest bijzondere waarneming die dag was geen vogel maar een zeehond die we in de verte zagen zwemmen. Met 364 getelde exemplaren was dit een redelijk magere start van de trektelling. Het goede weer zorgde voor een moeilijkere telling. Vogels vliegen namelijk een pak hoger tijdens mooi weer en weinig tegenwind.
Op 4 oktober was het voornamelijk een herhaling van de dag ervoor, met houtduiven en graspiepers aan de leiding van de lijst.
Tijdens onze cursusexcursie op 11 oktober stond onze trektelpost zo goed als vol. Als een legertje waarnemers stelden we ons op aan de dijk van de Schelde, uitgerust met telescoop, verrekijker, fototoestel en een stoeltje. We hoorden en zagen de eerste boomleeuweriken overvliegen, de graspiepers waren ook duidelijk op gang gekomen en qua vinken ging het aantal eveneens goed de hoogte in.
Maar plots was daar het moment dat er geroepen werd ‘een jan-van-gent’! Het bleek een juveniele jan-van-gent die netjes de Schelde volgde richting het zuiden. Wat een bijzondere soort voor onze stad! De euforie was nog niet voorbij wanneer er opnieuw geroepen werd: ‘zeekoet’! Ja hoor, vlak voor onze neus kwam daar een zeekoet voorbij gezwommen. Zo dichtbij dat we de pootjes mooi zagen peddelen in het water. Een mooiere afsluiter van een trekteldag konden we ons niet wensen.
Op 17 oktober ging onze cursusexcursie door aan een andere trektelpost, Zigeuner in Mortsel. Daar zagen we grote groepen kolganzen en aalscholvers overvliegen. Een velduil die zeer hoog en ver vloog werd eveneens genoteerd. De trek van de sperwers die stilaan op gang kwam, liet zich ook hier goed zien. Leuke treksoorten, zoals de koperwiek en kramsvogel, druppelden in kleinere groepen binnen. Rondom de trektelpost zaten nog bijzondere soorten zoals de graszanger, een zeldzame soort die het de laatste jaren duidelijk goed doet in onze streken door de klimaatverandering.
Het laatste weekend – op 25 oktober – stonden we opnieuw op post, ditmaal was de wind voelbaar van de partij. Storm Austen was nog maar net voorbij of een volgende storm, Boelo, was weer in aantocht. We hoopten opnieuw op bijzondere soorten, want een storm kan wel eens de gekste soorten meer het binnenland in blazen. Met 4 Beaufort, en stijgend waterpeil, leek de Schelde op een bepaald moment wel de Noordzee met echte golven en witte koppen.
Behalve een klein groepje toendrarietganzen die overvlogen, bleven de bijzonderheden uit. Maar de grote groepen spreeuwen en vinken hielden ons alert. Naar het einde van de telling begon ook de windkracht toe te nemen en sloten we de telling af met de eerste buizerds van de dag. Met net iets meer dan duizend exemplaren was dit het hoogste dagtotaal aan onze trektelpost dit jaar.

© Rune Matthijssens – juveniele jan-van-gent

© Rune Matthijssens – zeekoet
