Menu

Mastvest

Ten westen van het Halfmaantje, ligt een andere schans van de omwalling; de Mastvest.
Dit restant van de grote omwalling is nog herkenbaar aan de V-vormige vest waarover in 1930 een grote brug werd gebouwd, samen met een heuse tentoonstellingswijk, ter ere van de Expo. Destijds lag het nog tegen het domein De Langen Elst en het Militair oefenplein aan de buitenkant, en keken we van uit de Laurentiuspoort en de Kielse poort op de statige parken van het Hof Van Leysen, en het Torenhof.

Het park aan de Mastvest is tegenwoordig een zeer formele groenvoorziening die buiten de grote waterpartij geen natuurlijke troeven meer heeft. Het water wordt gebruikt om brood en tafelafval in te werpen, om er te vissen en om ‘overtollig’ water in te lozen. Deze oude waterpartij is aan de uiteinden in successie door een verlandingsproces. Er is een moerasbosje in ontstaan met o.a. Grauwe wilg, Katwilg, Schietwilg, Watermunt, Pitrus, Grote lisdodde en Riet. Soms werd er nog Gewoon barbarakruid en Watertorkruid opgemerkt; soorten die het tussen het rottend brood nog uithouden. Ook Waterzuring neemt hierin een steeds voornamer aandeel in, wat toch een positieve noot is. De laatste tijd werden er de meest onnatuurlijke soorten tussen het park en de snelweg aangeplant, evenals langs de Jan Van Rijswijcklaan. Aan de stadszijde worden de bermen van de spoorweg en de stroken die daaraan grenzen tot aan de Konijnenwei beheerd door de Werkgroep Wolvenberg.

De resten van deze schans worden volledig omgeven en doorsneden door nieuwe grote drukke wegen: de Desguinlei, de Jan Van Rijswijcklaan, de Kolonel Silvertoplaan, de verlenging van de E17 gekend als Kleine Ring. De insnijding van de snelweg in het landschap laat niet veel heel van de schans. Alleen de Kolonel Silvertoplaan past nog in een oorspronkelijke structuur. Dit was de spoorlijn die vanuit Hoboken naar het Zuidstation ging, waar het de verbinding vormt met de bermen en struwelen van het Ringbos en in het bijzonder de Konijnenwei.

De bermen van de Kleine Ring en de spoorweg zijn bijzonder merkwaardige biotopen. Op de insnijding hebben zich een tiental eerder zeldzame soorten gevestigd of gehandhaafd, waaronder een massavegetatie van Blauw walstro, Sikkelklaver, Gewone bermzegge, Muizenoor, Heggenrank en Dubbelkelk. Voorts treffen we regelmatig Bunzing aan en een massa woelmuizen die door leken voor mollen worden aanzien. De Iepen die hier groeien zijn nog niet allemaal gestorven aan de Iepenziekte. Een deel is nog zeer florissant en heeft een ferme stamdikte. Er is spontane uitzaai van Hondsroos en vrij veel Brem. Een zee van Gewone veldbies en sporadisch Zilverhaver vormen het aspect van deze zeer schrale bermen.

Ter hoogte van de vroegere Laurentiuspoort, aan het provinciale torengebouw van het PIVA, bevindt zich een nauwe toegang naar het historische park ‘Hof van Leysen’. Alleen al deze oude Lindenrij is zeer de moeite waard omdat het een Oud-bos biotoop is, waarin zich een struik- en kruidlaag heeft kunnen handhaven met soorten als Echte vogelkers, Hazelaar, Speenkruid, Daslook, Kruisbes, Klimopereprijs en IJle zegge.

Vooral de gedeeltelijke verlanding van de vest en de natuurlijke schoonheid van het Hof van Leysen maken de restanten van deze schans waardevol voor de toekomst. Wil men de natuurwaarden bewaren voor het nageslacht, dan zullen er echter inspanningen moeten geleverd worden, en niet alleen door de Natuurbehoudsverenigingen die daar verantwoordelijk zijn.