Menu

De opbouw en ondergang van de Grote Omwalling en de Brialmont fortengordel rond Antwerpen

Enkele eeuwen geleden was men al bezig om systemen uit te denken om een aanval van buitenaf te voorkomen. Dit waren toen veelal enorme, indrukwekkende en goed uitgedachte vestingen. Antwerpen was in de tijd dat de Spanjaarden ons veroverd hadden (16e eeuw) al een ommuurde stad. De Spaanse Omwalling liep ongeveer daar waar nu de Leien zijn.

Drie eeuwen later werd Antwerpen als centrum van de Belgische landsverdediging uitgekozen. De Scheldestad moest worden omgebouwd tot een sterke vesting. De plannen werden ontworpen door generaal Henri-Alexis Brialmont, een uitstekend militair ingenieur, die Antwerpen wilde omringen door een grote omwalling en deze verdedigen door een gordel van 8 forten. In 1859 werd het plan goedgekeurd en kon de aanleg van de enorme vesting beginnen.

Uitzicht

De Grote Omwalling bestond uit brede, met zand en gras bedekte muren met brede grachten ertussen. Vanaf het Zuidkasteel tot op ongeveer de helft van de omwalling waren een zestal schansen aangelegd, waartussen kazernes stonden. Deze driehoekvormige bouwwerken en dito vestgrachten zijn nu nog terug te herkennen op drie plaatsen. Op het Kiel vinden we ter hoogte van de Eric Sasselaan de restanten van de Mastvest, te herkennen aan de V-vormige vest waarover in 1930 een grote brug werd gebouwd. Daarnaast kennen we het Halfmaantje in het Nachtegalenpark. Dit restant is nog herkenbaar in de V-vormige punt waarover een thans geasfalteerde weg loopt. Ook de Brilschans in Berchem naast de Ring en de Grote Steenweg richting Mortsel is een duidelijk overblijfsel van de Grote Omwalling. Het park laat dit zien door de V-vorm in de vijver.

Berchem, uitzicht op Brialmont, 1904

Omgeving Vogelzang, 1900

De Grote Omwalling

Nog in hetzelfde jaar werd gestart met de aanleg van de Grote Omwalling van 15 kilometer lang. Door de oprichting hiervan groeide de oppervlakte van de stad van 250 ha naar 1.300 ha. Men vertrok vanuit de oude Zuidcitadel over Kiel, Berchem, Borgerhout en Dam en eindige weer bij de Schelde waar het Noordkasteel werd gebouwd. Nu anderhalve eeuw later is de omwalling grotendeels opgeofferd aan de Singel en de Ring rond Antwerpen.

Alle schansen werden telkens omsloten door 2 grote dubbele poorten in neo-barok. De Brilschans lag bijvoorbeeld tussen de Berchemse en de Mechelse Poort, welke toegang gaf tot de Van Laerstraat. De twee leeuwenkoppen aan weerszijden van de Mechelse brug (stadskant) vormen het enige overblijfsel van deze statige poort en trouwens van alle 15 poorten. De Berchemse Poort stond aan de andere kant van de Brilschans richting station en gaf toegang tot de De Villegasstraat.

Tussen de Berchemse Poort en de verderop gelegen Spoorbaanpoort stond een kazerne. Nu ligt hier grotendeels één van de voornaamste natuurgebieden van het Land Van Reyen: Wolvenberg. Op Wolvenberg zijn nog oude gedeelten van muren terug te vinden, ondertussen geheel overwoekerd door natuur. Dit brengt een zeer interessant landschap met zich mee. Een andere poort, de Edegemse Poort gaf vanaf de Jennevalstraat toegang tot de Floraliënlaan en vormde samen met de Wilrijkse Poort de poorten van de schans Halfmaantje. Iets verderop richting Kiel ligt de Mastvest, vroeger ingesloten door de Sint Laurentspoort en tenslotte de Kielse Poort.

Mastvest, overblijfselen omwalling, 1948

Wolvenberg en omgeving, overblijfselen omwalling, 1948

De Fortengordel

Om de Grote Omwalling en de daarbinnen gelegen stad te beschermen werden tegelijkertijd 8 vooruitgeschoven forten gebouwd in een halve ring rond Antwerpen. Het tracé is 18 kilometer lang en loopt van fort 1 (nu het Wijnegem Shoppingcenter) over Wommelgem (fort 2), Borsbeek (fort 3), Mortsel (fort 4), Edegem (fort 5), Wilrijk (fort 6 op het terrein van de huidige UIA en fort 7) naar fort 8 in Hoboken vlakbij de Schelde.

De forten werden gemiddeld ongeveer 4.000 meter van de omwalling geplaatst en liggen 2.000 meter uit elkaar. Het gebied tussen de forten en de omwalling heette het Verschanst Kamp. Van hieruit kon het veldleger opereren. Tussen de forten en de omwalling heeft men een militaire weg met gracht aangelegd, die de forten met elkaar verbond. Het tracé van deze weg wordt nu grotendeels gevolgd door de Krijgsbaan, de Jules Moretuslei, de Frans Van Dunlaan enzovoort.
De genoemde forten zijn tot op heden, op fort 1 na, nog gedeeltelijk bewaard gebleven.

Fortje 4, het hulpfortje van Berchem

De oorsprong van het militair domein is terug te voeren tot 1851, bij de vastlegging van een defensieconcept waarbij de stad Antwerpen als één groot fortificatiesysteem werd opgevat, een voorafspiegeling van wat later het “Nationaal Reduit” zal heten. Net buiten de Spaanse vesten werd hiervoor in de periode 1852-1853 het hulpfortje van Berchem (fortje 4) opgericht, dat evenwel in augustus 1865 in onbruik raakte bij de voltooiing van de verder opgeschoven 19de eeuwse fortengordel (Brialmontomwalling). Het werd ingesloten door de bebouwing, maar ingericht als Constructiearsenaal en Militair Hospitaal tussen 1898 en 1910.

Op 30 juni 1993 sloot het Militair Hospitaal Antwerpen definitief zijn deuren.

Het deels geklasseerd domein bestaat nog steeds en werd eind 2003 overgedragen aan de Stad Antwerpen. Het Militair Hospîtaal en omgeving werden omgetoverd tot een groene woonoase van 7 ha. Kazernegebouwen werden herbestemd tot lofts, appartementen en sociale woningen zonder haar specifieke karakter te verliezen. Nieuwe benaming: het ‘Groen Kwartier’.

Stookplaats militair hospitaal, 2002

Lintvaren en venushaar, stookplaats militair hospitaal, 2002

Tongvaren, militair hospitaal, 2002

Wat gebeurde er na de bouw van de Vesting Antwerpen?

De eeuwenoude Spaanse Omwalling werd afgebroken en maakte plaats voor de Leien (1867-1869). Tevens verrees op de plek van de vroegere schans Lunet Herentals het Stadspark, waarmee we het meteen ook hebben over het laatste overblijfsel van deze omwalling. Iets later werd de Brialmontvesting uitgebreid met het Verschanst Kamp Linkeroever (fort Zwijndrecht en Kruibeke) en fort Merksem. Omdat de forten over het algemeen te dicht bij de oprukkende stad lagen, werd in 1878 besloten tot een 94 km lange buitenlinie van forten (o.a. fort Lier en Steendorp). Begin 1900 werden tussen Fort 2 te Wommelgem tot voor Fort 8 te Hoboken nog 18 kleine betonnen schansen bijgebouwd, waarvan nog een restant ligt bij de Klaverbladdreef in Wilrijk.

Rond 1906 werd echter toch besloten tot de afbraak van de Grote Omwalling. De eerste tekenen hiervan bestonden uit de doorsteken, die naast de grote poorten werden aangelegd. Eén van de eerste werd gerealiseerd naast de Mechelse Poort in Berchem waardoor er een vrije doorgang kwam voor de Grote Steenweg. De poorten zouden nog jarenlang bewaard blijven, maar tussen WO I en WO II legden ze één voor één het loodje.

De forten bleven gelukkig behouden (behalve fort 1), maar werden in WO II gedeeltelijk vernield door bombardementen. Door een hierop volgende langdurige leegstand, ontstond er een spontane ontwikkeling van natuur, waardoor sommige forten een belangrijk natuurgebied zijn geworden. De meeste forten zijn ondertussen beschermd als monument en Fort 7 in Wilrijk is zelfs erkend als Natuurmonument.