Menu

Historiek van de Wolvenberg

De opbouw en ondergang van de Grote Omwalling
en de Brialmont fortengordel rond Antwerpen

Enkele eeuwen geleden was men al bezig om systemen uit te denken om een aanval van buitenaf te voorkomen. Dit waren toen veelal enorme, indrukwekkende en goed uitgedachte vestingen. Antwerpen was in de tijd dat de Spanjaarden ons veroverd hadden (16e eeuw) al een ommuurde stad. De Spaanse Omwalling liep ongeveer daar waar nu de Leien zijn.

Drie eeuwen later werd Antwerpen als centrum van de Belgische landsverdediging uitgekozen. De Scheldestad moest worden omgebouwd tot een sterke vesting. De plannen werden ontworpen door generaal Henri-Alexis Brialmont, een uitstekend militair ingenieur, die Antwerpen wilde omringen door een grote omwalling en deze verdedigen door een gordel van 8 forten. In 1859 werd het plan goedgekeurd en kon de aanleg van de enorme vesting beginnen.

De Grote Omwalling

Nog in hetzelfde jaar werd gestart met de aanleg van de Grote Omwalling van 15 kilometer lang. Door de oprichting hiervan groeide de oppervlakte van de stad van 250 ha naar 1.300 ha. Men vertrok vanuit de oude Zuidcitadel over Kiel, Berchem, Borgerhout en Dam en eindige weer bij de Schelde waar het Noordkasteel werd gebouwd. Nu anderhalve eeuw later is de omwalling grotendeels opgeofferd aan de Singel en de Ring rond Antwerpen.

De Grote Omwalling bestond uit brede, met zand en gras bedekte muren met brede grachten ertussen. Vanaf het Zuidkasteel tot op ongeveer de helft van de omwalling waren een zestal schansen aangelegd, waartussen kazernes stonden. Deze driehoekvormige bouwwerken en dito vestgrachten zijn nu nog terug te herkennen op drie plaatsen. Op het Kiel vinden we ter hoogte van de Eric Sasselaan de restanten van de Mastvest, te herkennen aan de V-vormige vest waarover in 1930 een grote brug werd gebouwd. Daarnaast kennen we het Halfmaantje in het Nachtegalenpark. Dit restant is nog herkenbaar in de V-vormige punt waarover een thans geasfalteerde weg loopt. Ook de Brilschans in Berchem naast de Ring en de Grote Steenweg richting Mortsel is een duidelijk overblijfsel van de Grote Omwalling. Het park laat dit zien door de V-vorm in de vijver.

Alle schansen werden telkens omsloten door 2 grote dubbele poorten in neo-barok. De Brilschans lag bijvoorbeeld tussen de Berchemse en de Mechelse Poort, welke toegang gaf tot de Van Laerstraat. De twee leeuwenkoppen aan weerszijden van de Mechelse brug (stadskant) vormen het enige overblijfsel van deze statige poort en trouwens van alle 15 poorten. De Berchemse Poort stond aan de andere kant van de Brilschans richting station en gaf toegang tot de De Villegasstraat.

Tussen de Berchemse Poort en de verderop gelegen Spoorbaanpoort stond een kazerne. Nu ligt hier grotendeels één van de voornaamste natuurgebieden van het Land Van Reyen: Wolvenberg. Op Wolvenberg zijn nog oude gedeelten van muren terug te vinden, ondertussen geheel overwoekerd door natuur. Dit brengt een zeer interessant landschap met zich mee. Een andere poort, de Edegemse Poort gaf vanaf de Jennevalstraat toegang tot de Floraliënlaan en vormde samen met de Wilrijkse Poort de poorten van de schans Halfmaantje. Iets verderop richting Kiel ligt de Mastvest, vroeger ingesloten door de Sint Laurentspoort en tenslotte de Kielse Poort.

De Fortengordel

Om de Grote Omwalling en de daarbinnen gelegen stad te beschermen werden tegelijkertijd 8 vooruitgeschoven forten gebouwd in een halve ring rond Antwerpen. Het tracé is 18 kilometer lang en loopt van fort 1 (nu het Wijnegem Shoppingcenter) over Wommelgem (fort 2), Borsbeek (fort 3), Mortsel (fort 4), Edegem (fort 5), Wilrijk (fort 6 op het terrein van de huidige UIA en fort 7) naar fort 8 in Hoboken vlakbij de Schelde.

De forten werden gemiddeld ongeveer 4.000 meter van de omwalling geplaatst en liggen 2.000 meter uit elkaar. Het gebied tussen de forten en de omwalling heette het Verschanst Kamp. Van hieruit kon het veldleger opereren. Tussen de forten en de omwalling heeft men een militaire weg met gracht aangelegd, die de forten met elkaar verbond. Het tracé van deze weg wordt nu grotendeels gevolgd door de Krijgsbaan, de Jules Moretuslei, de Frans Van Dunlaan enzovoort.
De genoemde forten zijn tot op heden, op fort 1 na, nog gedeeltelijk bewaard gebleven.

Het hulpfortje van Berchem (fortje 4)

De oorsprong van het militair domein is terug te voeren tot 1851, bij de vastlegging van een defensieconcept waarbij de stad Antwerpen als één groot fortificatiesysteem werd opgevat, een voorafspiegeling van wat later het “Nationaal Reduit” zal heten. Net buiten de Spaanse vesten werd hiervoor in de periode 1852-1853 het hulpfortje van Berchem (fortje 4) opgericht, dat evenwel in augustus 1865 in onbruik raakte bij de voltooiing van de verder opgeschoven 19de eeuwse fortengordel (Brialmontomwalling). Het werd ingesloten door de bebouwing, maar ingericht als Constructiearsenaal en Militair Hospitaal tussen 1898 en 1910.

Op 30 juni 1993 sloot het Militair Hospitaal Antwerpen definitief zijn deuren.

Het deels geklasseerd domein bestaat nog steeds en werd eind 2003 overgedragen aan de Stad Antwerpen. Het Militair Hospîtaal en omgeving werden omgetoverd tot een groene woonoase van 7 ha. Kazernegebouwen werden herbestemd tot lofts, appartementen en sociale woningen zonder haar specifieke karakter te verliezen. Nieuwe benaming: het ‘Groen Kwartier’.

Wat gebeurde er na de bouw van de Vesting Antwerpen?

De eeuwenoude Spaanse Omwalling werd afgebroken en maakte plaats voor de Leien (1867-1869). Tevens verrees op de plek van de vroegere schans Lunet Herentals het Stadspark, waarmee we het meteen ook hebben over het laatste overblijfsel van deze omwalling.
Iets later werd de Brialmontvesting uitgebreid met het Verschanst Kamp Linkeroever (fort Zwijndrecht en Kruibeke) en fort Merksem. Omdat de forten over het algemeen te dicht bij de oprukkende stad lagen, werd in 1878 besloten tot een 94 km lange buitenlinie van forten (o.a. fort Lier en Steendorp).
Begin 1900 werden tussen Fort 2 te Wommelgem tot voor Fort 8 te Hoboken nog 18 kleine betonnen schansen bijgebouwd, waarvan nog een restant ligt bij de Klaverbladdreef in Wilrijk.

Rond 1906 werd echter toch besloten tot de afbraak van de Grote Omwalling. De eerste tekenen hiervan bestonden uit de doorsteken, die naast de grote poorten werden aangelegd. Eén van de eerste werd gerealiseerd naast de Mechelse Poort in Berchem waardoor er een vrije doorgang kwam voor de Grote Steenweg. De poorten zouden nog jarenlang bewaard blijven, maar tussen WO I en WO II legden ze één voor één het loodje.
De forten bleven gelukkig behouden (behalve fort 1), maar werden in WO II gedeeltelijk vernield door bombardementen. Door een hierop volgende langdurige leegstand, ontstond er een spontane ontwikkeling van natuur, waardoor sommige forten een belangrijk natuurgebied zijn geworden. De meeste forten zijn ondertussen beschermd als monument en Fort 7 in Wilrijk is zelfs erkend als Natuurmonument.

In het volgende deel gaan we over van geschiedenis naar natuur.

Van Brialmontvesting naar Wolvenberg – Brilschans – Half Maantje – Mastvest

We zagen hoe de Brialmontomwalling en de bijbehorende forten ontstonden en net zo snel weer afgebroken werden. De ruimte die de vesting opeiste was groot. Veel van deze ruimte is ingenomen door wegen en bebouwing, maar sommige gedeelten zijn grote open plekken gebleven, die de kernstad omringen. Op sommige van die ‘open’ plekken zijn zelfs nog resten te vinden van de omwalling en de forten, welke hebben gezorgd voor een bijzonder stukje natuur.

Wolvenberg

Zo is het natuurgebied Wolvenberg in Berchem, gelegen tussen het station van Berchem, de Kleine Ring en de Singel ontstaan uit en op de resten van de grote omwalling. Het betreft hier overblijfselen van de voormalige kazerne, met glacis en een vest. Op Wolvenberg kan men letterlijk zien hoe de natuur deze resten heeft opgenomen in het landschap. Sinds het beëindigen van de werken aan de Kleine Ring (1963) zijn ze spontaan begroeid en deels plantsoenmatig beplant. De oudste muren zijn 130 jaar oud. Mede doordat het gebied is ontstaan rondom de resten van de omwalling is het een gebied met nogal wat hoogteverschillen. Het bestaat uit struwelen, een vijver, een aantal poeltjes en verschillende graslanden.

Meer dan 380 verschillende wilde planten, mossen, kruiden en jonge bomen getuigen van een rijke flora op Wolvenberg. De fauna wordt bepaald door konijnen, muizen en soms een Bunzing of een Wezel. Daarnaast zijn er talrijke insecten en andere kleine beestjes aanwezig. Je kunt er ook regelmatig een aantal bijzondere vogels tegenkomen: Torenvalk, Sperwer, Groene en Bonte specht, IJsvogel en Spotvogel.

De vijver van Wolvenberg is een niet-gedempt deel van de Brialmontgracht van oorspronkelijk ca. 650 meter lang, die ononderbroken liep van de ‘Berchemse Poort’ tot aan de spoorweg. Hiervan rest nog zo’n 120 meter, ca. 1 hectare wateroppervlak. De Zilverbeek, de grensbeek tussen Mortsel en Berchem, die hier vroeger in uitkwam, is afgekoppeld, waardoor het water min of meer stilstaat en veel slib zich ophoopt in de vijver. De vijver is daarom een grondwatervijver, de waterspiegel ligt zelfs onder het niveau van de autostrade. De Zilverbeek is nu afgeleid naast de spoorweg en verdwijnt in een duiker onder de snelweg, richting Wolvenberg, maar bereikt geenszins het ‘Verloren Water’. Er zijn echter plannen om de beek binnenkort opnieuw aan te sluiten op de vijver van Wolvenberg.

De vesten van de Brialmontomwalling zijn veelal aangelegd in moerassig gebied.

De moerassen die er van nature langs lagen hebben de grote vijvers snel van waterplanten en waterdieren voorzien. Daar de vijver op Wolvenberg weer een overblijfsel is van die vesten, komen er nog dieren en planten in voor, die hier altijd in de omgeving leefden. Tussen de struiken zitten bijvoorbeeld padden en watersalamanders en allerlei slakken. In de vijver vindt men verschillende vissen zoals Blankvoorn, Bittervoorn, Bliek, Snoek, Karper en Paling. Die laatste twee horen hier eigenlijk niet, maar zijn uitgezet door vissers. Zo huizen er ook enkele schildpadden in de vijver. Soms kun je ze zien zonnen aan de rand. Dit is echter totaal onnatuurlijk, daar het achtergelaten huisdiertjes betreft. In het water groeien algen en allerlei waterplanten. In en langs het water groeien Schietwilgen en iets hoger staan Iepen en Meidoorns. Sommige Schietwilgen zijn al erg oud en worden bewoond door vleermuizen.

Bij elke vijver die ooit gegraven is ligt wel een heuvel, en zo is dat bij de bouw van de forten vroeger ook zo geweest. Onder de heuvel van Wolvenberg zitten nog restanten van militaire gebouwen. Een deel daarvan, de kazemat, is nu ingericht als vleermuisverblijf. Temperatuur en vochtigheid zijn hier ideaal voor overwintering van deze fascinerende zoogdiertjes. Op de oude muren zie je wel eens een Muurvaren staan. Het kalkrijke metselwerk van die tijd heeft voor een goede voedingsbodem gezorgd. Waar de muur te zien is lag een brug over de vest. Je kunt er nog zien hoe hoog het water vroeger in de vest stond.

Wolvenberg wordt afgezoomd door de spoorweg en de Singel, die op en in de omwalling zijn aangelegd. Deze gedeelten bestaan veelal uit grasland. Het is de bedoeling dat deze graslanden een natuurlijke verbinding tot stand brengen tussen allerlei gebieden. Het natuurgebied Wolvenberg maakt namelijk deel uit van een grotere groene as die zich uitstrekt van de Schijnvallei in het Provinciaal Domein Ter Rivierenhof (Deurne) naar de Scheldeoevers van de Hobokense Polder. Langs de spoorweg ligt het natuurverbindingsgebied naar de Konijnenwei, Petroleum-Zuid en Hobokense polder. De spoorbrug aan het station maakt een verbinding naar het natuurgebied Klein-Zwitserland, en het vliegveld van Deurne. Het is de uitdrukkelijke wens van vele natuurliefhebbers, waaronder Natuurpunt, dat deze groene gordel behouden en uitgebreid wordt en dat ze kan dienen als verplaatsings- en verspreidingsgebied voor allerlei dieren en planten.

Natuurpunt nam het gebied Wolvenberg in 1992 in beheer. De praktische uitvoering gebeurt door de werkgroep ‘Wolvenberg Natuurlijk’ van de afdeling Land van Reyen. Ook aan de zijde van het Brilschanspark liggen enkele percelen die beheerd worden door Natuurpunt Land van Reyen. Sinds maart 2012 zijn beide gebieden overgedragen aan ‘Natuurpunt Antwerpen Stad’.

Brilschans

Het Brilschanspark is aangelegd op de resten van één van de schansen die de Brialmontomwalling rijk was. Deze schans betrof een militair gebouw in een V-vorm met dito vestgracht. De Brilschans, zoals het gebouw genoemd werd, was een Lunet (Frans voor bril) van de grote omwalling, dat wil zeggen een buitenwerk los van de eigenlijke vestingwerken, om deze te beschermen. Het gebouw is in de eerste helft van de 20ste eeuw afgebroken om er in eerste instantie het nieuwe gemeentehuis van Berchem neer te zetten. Het ontwerp daarvoor werd echter nooit gerealiseerd. Na de afbraak van de rest van de omwalling in 1963 werd besloten hier een gemeentelijk park aan te leggen, met als kern de restant van de buitenvest.

Het water van deze vest is grondwater, net zoals dat bij het vestrestant van de Wolvenberg (het zgn. ‘Verloren Water’) het geval is. De reden is hier ook het ontbreken van een beek die in de vest uitkomt. In 1975 was het water nog zeer goed van kwaliteit en bevatte een grote populatie Groot blaasjeskruid, een vleesetend waterplantje van voedselarm water. De waterpartij herbergde een rijke flora met o.a. Riet, Grote lisdodde, Gele plomp, Witte waterlelie, Veenwortel en Grote waterweegbree. Na grote werken rond de millenniumwisseling waarbij de vest grootschalig geruimd werd, bleef enkel Veenwortel over, naast een aantal exemplaren Gele plomp in emmers op de bodem.

Tijdens dezelfde werken trok men een fietspad door de laatste snippers parkzone. De aanleg van het fietspad had de waterhuishouding sterk beïnvloed: alles werd geégaliseerd. De omgeving is hier rijk aan libellen en waterjuffers en bij de aanleg van het fietspad zijn heel wat plassen en poeltjes gedempt en opgevuld, waardoor deze beestjes hun natuurlijke habitat dreigden te verliezen. Ook werden er massa’s exotische boomsoorten bijgeplant. ‘Wolvenberg Natuurlijk’ stelde voor om de graslandjes en bosjes langs het fietspad natuurlijk te beheren en ging een beheerovereenkomst aan voor een nieuw stuk ‘Wolvenberg’, deze keer ‘extramuros’. Ook heeft de werkgroep een nieuwe poel aangelegd en zo opnieuw ruimte geschapen voor de voortplanting van de libellen en waterjuffers, maar ook, mogen we hopen, voor Alpen- en Kleine watersalamander en wellicht voor de Gewone pad.

De helling naar de vest betreft nog de authentieke schanskoepel. In de uitgeloogde schuinte heeft zich een mostapijt ontwikkeld met vooral Groot rimpelmos. Er staan oude Zomereiken en Schietwilgen, met een ondergroei van enkele Boskruiden. Enkele pollen IJle zegge wijzen op een lange bodemrust. In de natuurlijke graslanden ten noorden van de vest staan enkele exemplaren Gulden sleutelbloem, een voor het Antwerpse zeldzame maar oude verschijning. Ooit heeft de omwalling er duizenden exemplaren van gekend. Wellicht kan de populatie zich handhaven in het graslandbeheer dat hier wordt uitgevoerd.

Tegenwoordig is het gemeentepark Brilschans een formeel park met veel mooie exoten, een speeltuin en een paar sportvelden, maar de natuur krijgt er maar weinig kans. De Brilschans dankt zijn schoonheid aan de waterpartij, maar zolang die niet natuurlijk wordt beheerd, gaat veel van die schoonheid verloren. De oude kazerne van Berchem had wel degelijk grote natuurwaarden in en rondom zich. Zolang de natuurvereniging dit mag zal het natuurlijk patrimonium beschermd kunnen worden, maar de komst van nieuwe kantoorblokken en woonruimte zal een zware tol heffen op de leefbaarheid van het eens zo welvarende Berchem.

Halfmaantje

Op de grens van Berchem, Wilrijk en Antwerpen ligt een fortrestant dat een belangrijke plaats in het Ringbos inneemt: het Halfmaantje.
Dit restant van de grote omwalling is nog herkenbaar in de V-vormige punt waarover een thans geasfalteerde weg loopt. In het gebied van het Halfmaantje bevinden zich gedeelten van de Kleine Ring, waarin de oude kasseiweg verder loopt. Hierlangs bevindt zich een oude haag van Eenstijlige meidoorn.

Van de bosflora in het park zelf is zo goed als niets bewaard, maar in de restanten in de snelweg bevinden zich nog Bosanemoon, Boshyacint en Sneeuwklokje. De bermen die hieraan grenzen zijn buitengewoon schraal met indicatoren als Kleine leeuwentand, Muizenoor, Gewone veldbies, Eekhoorngras, Eenjarige hardbloem, Pilzegge en diverse soorten haarmos; een afspiegeling van de heischrale flora die hier eeuwenlang standhield. Tegenwoordig is het park voor 90% omgezet in sportgazon, omgeven door een hoge afsluiting en een asfalten fietspad.

Het Halfmaantje ligt in het Nachtegalenparkcomplex, waar het de verbinding vormt met de bermen en struwelen van het Ringbos. Er is één doorgang naar de snelweg die danig verborgen ligt. Een fietspad met verlichting, dat niets met het parkgebruik te maken heeft, loopt langs de rand, tussen de ingang aan de Dikke Mee en de dreef over de Craeybeckxtunnel. Als afscheiding met de snelweg is een hoge aarden wal met puin en grond van onbekende oorsprong aangelegd.

Alleen de buitenrand is nog natuurlijk, en bijna geheel in gebruik als geluidswal. Eén deel is redelijk gerijpt (35 jaar ongemoeid gelaten), en er heeft zich een kruidlaag met een mooie populatie Bosviooltje, Speenkruid, Bosklimopereprijs en IJle zegge kunnen vestigen. In de goed ontwikkelde struiklaag herkennen we een kalkminnende gemeenschap van Echte liguster, Duindoorn en Sleedoorn, die mogelijk niet oorspronkelijk zijn, maar op een vrij natuurlijke wijze de minerale bodem weten te veroveren. Er is ook een mooie kolonisatie met Brem waar te nemen. Kardinaalsmuts, die in enkele bosjes in de snelweg nog is waargenomen, ontbreekt hier helaas. De rest van de geluidswal is bedekt met een boomlaag die bijna volledig uit exoten bestaat.

In de rustige struwelen van het Halfmaantje worden dikwijls trekvogels waargenomen. Op een zachte dag in februari kun je steeds Sijzen en Putters zien die zich te goed doen aan de zaadjes van Kaardenbol, Zwarte els en Ruwe berk. Sperwer is er vrijwel steeds boven het bosje te zien. In de zomer kun je hier goed de aankomende roofvogels bekijken, zoals Buizerd, Boom- en Torenvalk.

Voor de toekomst overweegt men een klassering als Beschermd Landschap, voor het gehele Nachtegalenpark. Bij een goed natuurgericht beheer is het mogelijk iets van de schoonheid van dit landschap te herstellen, en de bermen van het fietspad en de geluidswal als natuurverbindingsgebied op te nemen in een totaalplan voor duurzame ontwikkeling van onze stad.

Mastvest

Ten westen van het Halfmaantje, ligt een andere schans van de omwalling; de Mastvest.
Dit restant van de grote omwalling is nog herkenbaar aan de V-vormige vest waarover in 1930 een grote brug werd gebouwd, samen met een heuse tentoonstellingswijk, ter ere van de Expo. Destijds lag het nog tegen het domein De Langen Elst en het Militair oefenplein aan de buitenkant, en keken we van uit de Laurentiuspoort en de Kielse poort op de statige parken van het Hof Van Leysen, en het Torenhof.

Het park aan de Mastvest is tegenwoordig een zeer formele groenvoorziening die buiten de grote waterpartij geen natuurlijke troeven meer heeft. Het water wordt gebruikt om brood en tafelafval in te werpen, om er te vissen en om ‘overtollig’ water in te lozen. Deze oude waterpartij is aan de uiteinden in successie door een verlandingsproces. Er is een moerasbosje in ontstaan met o.a. Grauwe wilg, Katwilg, Schietwilg, Watermunt, Pitrus, Grote lisdodde en Riet. Soms werd er nog Gewoon barbarakruid en Watertorkruid opgemerkt; soorten die het tussen het rottend brood nog uithouden. Ook Waterzuring neemt hierin een steeds voornamer aandeel in, wat toch een positieve noot is. De laatste tijd werden er de meest onnatuurlijke soorten tussen het park en de snelweg aangeplant, evenals langs de Jan Van Rijswijcklaan. Aan de stadszijde worden de bermen van de spoorweg en de stroken die daaraan grenzen tot aan de Konijnenwei beheerd door de Werkgroep Wolvenberg.

De resten van deze schans worden volledig omgeven en doorsneden door nieuwe grote drukke wegen: de Desguinlei, de Jan Van Rijswijcklaan, de Kolonel Silvertoplaan, de verlenging van de E17 gekend als Kleine Ring. De insnijding van de snelweg in het landschap laat niet veel heel van de schans. Alleen de Kolonel Silvertoplaan past nog in een oorspronkelijke structuur. Dit was de spoorlijn die vanuit Hoboken naar het Zuidstation ging, waar het de verbinding vormt met de bermen en struwelen van het Ringbos en in het bijzonder de Konijnenwei.

De bermen van de Kleine Ring en de spoorweg zijn bijzonder merkwaardige biotopen. Op de insnijding hebben zich een tiental eerder zeldzame soorten gevestigd of gehandhaafd, waaronder een massavegetatie van Blauw walstro, Sikkelklaver, Gewone bermzegge, Muizenoor, Heggenrank en Dubbelkelk. Voorts treffen we regelmatig Bunzing aan en een massa woelmuizen die door leken voor mollen worden aanzien. De Iepen die hier groeien zijn nog niet allemaal gestorven aan de Iepenziekte. Een deel is nog zeer florissant en heeft een ferme stamdikte. Er is spontane uitzaai van Hondsroos en vrij veel Brem. Een zee van Gewone veldbies en sporadisch Zilverhaver vormen het aspect van deze zeer schrale bermen.

Ter hoogte van de vroegere Laurentiuspoort, aan het provinciale torengebouw van het PIVA, bevindt zich een nauwe toegang naar het historische park ‘Hof van Leysen’. Alleen al deze oude Lindenrij is zeer de moeite waard omdat het een Oud-bos biotoop is, waarin zich een struik- en kruidlaag heeft kunnen handhaven met soorten als Echte vogelkers, Hazelaar, Speenkruid, Daslook, Kruisbes, Klimopereprijs en IJle zegge.

Vooral de gedeeltelijke verlanding van de vest en de natuurlijke schoonheid van het Hof van Leysen maken de restanten van deze schans waardevol voor de toekomst. Wil men de natuurwaarden bewaren voor het nageslacht, dan zullen er echter inspanningen moeten geleverd worden, en niet alleen door de Natuurbehoudsverenigingen die daar verantwoordelijk zijn.

Annemiek Smink (met dank aan Erik Molenaar)
(overgenomen uit de website van Natuurpunt Land van Reyen)