Menu

1. Waarom een insectenhotel?

‘Onbekend maakt onbemind’ gaat zeker op voor bijen en wespen. Wist je bijvoorbeeld dat er in Nederland en België meer dan 800 soorten bijen en wespen voorkomen met de meest uiteenlopende levenswijzen? Wist je dat ze als geen ander bessenstruiken, fruitbomen en andere gewassen bestuiven en dat ze zo één van de belangrijkste schakels vormen in onze voedselketen?
Toch reageren de meeste mensen negatief als het over bijen en wespen gaat. Nochtans zijn er niet meer dan 10 soorten die soms voor overlast zorgen. Het gaat dan altijd om dieren die in een kolonie bij elkaar leven. Die dieren hebben werksters die zijn ingesteld om hun kolonie te verdedigen en zijn dus van nature agressiever dan solitaire dieren. Solitaire bijen en wespen zijn zachtaardige dieren die niet steken. Ze leven alleen en maken elk een eigen nestje. Sommige solitaire bijen (zoals zandbijen) kunnen in groepen nestelen, maar hebben elk hun eigen nest.
Bijen en wespen worden zeldzamer. In het huidige landschap worden nectar en stuifmeelbronnen, en degelijke nestgelegenheden erg schaars. Bovendien is het intensieve gebruik van pesticiden een groot probleem voor de insecten die de bespoten planten bezoeken.
Wie een bijenhotel maakt, zet alvast een bescheiden stap om bijen te helpen. Zo’n 60 soorten bijen kunnen nestelen in zogenaamde insectenhotelletjes. Vooral metselbijen vallen op door hun koortsachtige bouwactiviteiten. Daarnaast vind je er ook tal van (ongevaarlijke!) goudwespen, graafwespen en ander klein grut.
Bijenhotels worden al heel snel bewoond door tientallen soorten, elk met hun eigen specifieke voedselvoorkeur en nestgewoontes. De vrouwtjes zoeken stuifmeel in naburige bloemen en leggen dit in hun nest. Daarop leggen ze een eitje. Vervolgens maken ze de cel dicht en bouwen ze de volgende cellen tot de stengel vol is. Een bewoond holletje kan je herkennen aan het dichtgemaakte gaatje. De larven voeden zich met het stuifmeel dat hun moeder achterliet. Pas na de winter komen de volwassen dieren naar buiten. De insecten zoeken niet alleen voedsel in de bloemen, maar zorgen tegelijk voor de bestuiving (bevruchting) van bloemen. Hierdoor kunnen er zaden en vruchten groeien. Veel van ons fruit, denk maar aan aardbeien en appels, zou er niet zijn zonder deze nuttige insecten.

2. Waar zet ik mijn bijenhotel?

Je bijenhotel moet zo weinig mogelijk in de schaduw staan en zo min mogelijk regen vangen. Je zet het hotel dus best zuidelijk georiënteerd. Naast nestgelegenheid is het erg belangrijk dat er van het voorjaar tot het najaar bloeiende planten aanwezig zijn, liefst inheemse soorten. Sommige soorten eten om het even welk stuifmeel. Andere soorten hebben een voorliefde voor een plantensoort, -genus, of –familie. Hoe verder de bloemen van de nestjes staan, hoe moeilijker het voor de bijtjes is om aan stuifmeel te geraken. Sommige soorten solitaire bijen vliegen niet verder dan 500 meter van hun nest. Zet je bijenhotel best niet té laag (omwille van mieren, katten en opspattend vocht). Zet het ook goed vast (laat het niet bengelen) en zet het best niet tussen bomen en struiken (vanwege hoge luchtvochtigheid en schaduw).

3.Wat heb ik nodig?

Een bijenhotel kan een simpel bakje zijn dat je vult met houtblokken, holle stengels en eventueel leem. Een wijnkistje, theepot, blikken doos… zijn prima basisproducten. Zo kan je werken met verschillende bakken of kan je een toren maken met middenin een paal zodat je met ronde schijven verschillende compartimenten boven elkaar kan bouwen. Hieronder wordt per materiaalsoort beschreven hoe je tewerk kan gaan. Het uiteindelijke hotel is een persoonlijke creatie op basis van de materialen waarover je beschikt (liefst gerecycleerd).

4. Houtblokken

Dode bomen zorgen voor nieuw leven: keverlarven, houtwespen en andere dieren vreten gangen in het hout. Solitaire bijen en wespen recycleren deze holtes om er hun eigen nestjes in te maken. Boorgaten in een stammetje of houtblok werken ook prima. Er zijn wel minstens 30 verschillende soorten houtbewonende solitaire bijen, die elk een eigen diameter van gaatje verkiezen. Kies sowieso voor houtsoorten die niet te draderig zijn. De metselbijen kruipen hierin en moeten er ook weer uit kunnen. Als de wand van zo’n gat teveel tegendraadse vezels heeft, is het voor de metselbij erg moeilijk haar pas betrokken kamer te verlaten.
Soort hout:
Gedroogd gekliefd hardhout, van minstens 15 cm lang, zoals Eik, Robinia, Kastanje, Es, Beuk, Meidoorn. Naaldhout bevat veel hars en is minder aangewezen, tenzij het echt kurkdroog is. Gebruik zeker geen nat en/of zacht hout zoals Wilg of Populier. De boorgangen zijn dan rafelig en kunnen de vleugels van de bijen beschadigen. Gekliefd of overlangs hout vertonen minder krimpscheuren en zijn dus beter dan hele boomschijven. Langs de scheurtjes kunnen schimmels en parasieten binnendringen.
Materiaal:
Een boor/schroefmachine en bijhorende hout- of ijzerboortjes van 3 mm tot 10 mm dik (de meeste insecten verkiezen 3 mm tot 8 mm).
Werkwijze:
Boor gaatjes van diverse diktes, zo diep als je boortje het toelaat. Boor mooi horizontaal of iets naar omhoog zodat er geen regen in kan komen. Nadat je de gaatjes hebt geboord, stapel je de houtblokken in een bak of maak je er een hele muur van zoals bij een stapel brandhout. Eventueel kan je de ‘gaten’ tussen de houtblokken zelf nog opvullen met holle stengels of leem indien je de houtblokken wil vastleggen. Door het ‘werken’ van het hout kan de leem in de loop van de tijd wel verbrokkelen.
Let op:
• Boor de gaatjes niet té dicht naast elkaar want anders gaat het hout splijten en zullen er geen insecten in dat gaatje komen.
• Boor het boorgat netjes uit en trek de boor er enkele keren uit zodat de houtschilfers eruit komen.
• Boor mooi recht en duw niet te hard. De dunne boortjes breken snel.
• Liggen er mergelblokken in jouw buurt? Die zijn ook ideaal om boorgaatjes in te maken! Je kan ook gaatjes boren in volle baksteen of terracotta dakpannen. Wil je de bewoning van je hotel van nabij volgen?
Om de evolutie van het broed te kunnen volgen worden vaak glazen of acrylbuisjes aangeboden. Doordat deze echter luchtdicht afgesloten zijn zorgen zij ervoor dat vocht dat zich in het verzamelde stuifmeel en nectar bevindt niet kan ontsnappen. Hierdoor zal het stuifmeel en de bijenlarve beschimmelen en het broed verloren gaan. Dit fenomeen treedt vooral op bij bijen die hars gebruiken voor hun nestbouw en in smalle nestgangen leven, zoals de Tronkenbij.

5. Rietbossen

In de natuur nestelen heel wat insecten zich in holle stengels. Riet, Vlier en Braam zijn bijvoorbeeld zeer geliefd. Ze vallen erg in de smaak bij bijvoorbeeld de superslanke pottenbakkerswespen, die hun larven vooral voeden met spinnetjes. Ook de Blauwe ertsbij knaagt kamers in Vlier of Braam. Sommige soorten nestelen zich enkel in verticale stengels, bijvoorbeeld Framboos. Daarom kan je best busseltjes holle stengels samenbinden en verticaal ophangen, bijvoorbeeld tegen een zonnig muurtje of zijdelings langs je bijenhotel. Soorten stengels:
Riet, Kaardebol, Zwarte toorts, Wilde peen, Venkel, Berenklauw, Brandnetel, Fluitenkruid, of Bamboe.
Materiaal:
Gebruik een ijzerzaagje, slijpschijf of superscherpe snoeischaar om de stengels te knippen/zagen. Bij gewone snoeischaren of takkenscharen zullen de stengels immers snel splijten, zeker bij harde soorten zoals Bamboe.
Werkwijze:
Knip of zaag de stengels op 10 à 20 cm lengte en zorg dat er zeker een ‘knoop’ in zit, d.w.z. dat de stengel niet helemaal hol of ‘open’ mag zijn. Stapel de stengels op elkaar in een vak of bundel een handvol stengels door er een stevig stuk natuurtouw rond te binden (bv. katoen, jute, hennep). Deze bussels kan je verwerken in een kastje, kistje, muurtje… Hang ze niet op als bussels want dat bengelt te veel. Je kan de stengels ook in een leeg blik of stuk regenpijp steken. Gebruik best geen plastic fles of glas omdat het vocht dat daar mogelijk in komt (bv. slagregen) er niet meer uit kan. Als je gaatjes prikt in de plastic flessen of de achterkant verwijdert, voorkom je dit probleem.
Let op:
• Gebruik geen Japanse duizendknoop, kartonnen buisjes, rietjes, glazen of plastic buisjes. Deze laatste ademen niet en de inhoud beschimmelt.
• Rietmatten, die je in een doe-het-zelf-zaak kan kopen, kunnen opgerold worden en met een scherpe snoeischaar op maat geknipt.
• Sommige bijen nestelen graag in afgebroken dorre stengels met merg. Nesten worden gemaakt in stengels van Braam, Framboos, Klis, Bijvoet, Koningskaars, Distel of Vlier. Knip enkele lange stukken van deze stengels en hang ze verticaal. De bijensoorten die hierin nestelen gaan immers op zoek naar rechtopstaande structuren. Je hoeft zelf geen openingen te maken in de stengels want sommige dieren halen zelf graag het merg eruit.
• Bij het vullen zorg je er best voor dat de knoop niet te dicht bij de ingang van de stengel zit. Anders heeft het insect wel erg weinig ruimte (bv. best 5 à 10 cm diep tot aan de eerste knoop).
• Zorg dat de stengels niet te ver uitsteken en dat de uiteinden ongeveer gelijk komen. Dit vergemakkelijkt het in- en uitvliegen van de insecten.
• Zorg dat de stengels niet nat worden door de regen. Hang ze bijvoorbeeld onder een afdak, onder de dakgoot of bouw een dakje op je insectenhotel. Let erop dat er toch voldoende zonlicht op schijnt.

6. Leem

Verschillende bijensoorten maken hun nest uitsluitend in steilwandjes van leem, löss of klei. Eén van de insecten die zijn holletje graag in leem maakt, is de Sachembij. Hij kreeg zijn naam vermoedelijk naar het opperhoofd van de indianen omdat de soort lange haren op de poten heeft.

Materiaal:
Leem, zand, klei of gebluste kalk en water. Een maatbeker, emmer, roerschepje en truweel. Wat prikstokken van diverse diktes (of spijkers). Leem kan je halen bij ecologische bouwhandelaars (www.ecostore.be, www. ecologischbouwen.be of www.ecomat.be). Eventueel oude terracotta dakpannen.
Werkwijze:
Maak een mengsel van 4 delen leem, 4 delen zand, 1 deel kalk (of eventueel 1 deel klei) en weinig water. Je moet een vast mengsel krijgen, maar niet té vast. Na het uitharden zou je er met je vinger nog in moeten kunnen krabben. Dat is belangrijk want de bijen graven er zelf verder gangen in. Smeer het mengsel in een klein (!) vak (bv. wijnkistje) of maak kleine vakken door met dakpannen of oude bakstenen te werken (bv. om de 10 cm hoogte). Je kan ook werken met terracotta bloempotten of bloembakken uit sierbeton. Laat je wandje een uurtje uitdrogen en prik er dan met takjes of stengels van diverse diktes gaatjes in van ongeveer 10 cm diep. Heb je spijkers bij de hand? Dan kan je die ook gebruiken. Dat geeft een netter resultaat.
Let op:
• Kies een droge dag uit en best een droge week. Als het hevig regent wanneer je je leemwandje maakt, kan dit al gaan ‘uitzakken’ en verdwijnen je mooi geprikte gaatjes als sneeuw voor de zon. Als je met ‘bakken’ werkt die later in een geraamte komen, kan je de bakken uiteraard binnen laten drogen (horizontaal) in een goed geventileerde ruimte en ze later (verticaal) buiten zetten.
• Wanneer je teveel kalk aan je mengsel toevoegt, wordt het voor de bijen te hard om zelf nog in te graven. Voor de steilwandbewoners is dit waardeloos, maar soorten zoals de Rosse metselbij nemen wel hun intrek in de geboorde of geprikte gangen.
• Met boetseerklei kan je prachtige vormen maken. Prik er gaten (4-8mm) in en laat uitharden. Plaats dit op een droge plaats in de tuin.
• Werken met leem is iets dat je door te oefenen beter onder de knie zal krijgen. Maak genoeg leem en zorg voor voldoende oefenstukjes!

7. Het dak als kers op de taart.

Als je het insectenhotel niet direct ergens kunt plaatsen waar het beschut staat voor de regen (bv. onder een dakgoot, een vensterbank,…) zorg je best zelf voor een dak zodat de regen niet in de verblijfplaatsen kan binnen regenen.
Materiaal:
Enkele houten planken, al dan niet behandeld op natuurvriendelijke manier (bv. enkele keren ingesmeerd met lijnolie), bevestigingsmateriaal zoals nagels en hamer of schroeven en schroevendraaiers.
Werkwijze:
Maak met planken een voldoende groot overstekend dak zodat heel de toren droog blijft. Zorg er zeker voor dat je afdak niet té groot wordt want dan komt er geen zon meer op de gaatjes/ holletjes.

Meer weten?
Wil je weten welke beestjes jouw hotel bewonen, dan zet deze zoekkaart je al een heel eind op weg. Ontdek ook wat je nog meer kan doen voor de bij op de website van Natuurpunt!
De link naar de zoekkaart: www.natuurpunt.be/zoekkaartbijenhotel
De link naar meer info over bijen: www.natuurpunt.be/bijen